Stopperspilsysteem

Het Stopperspilsysteem

Een van de grote factoren die meespeelde bij het behalen van de landskampioenstitel in 1944 was het stopperspilsysteem dat de Volewijckers al gedurende een aantal jaren toepaste.
In de jaren dertig bracht de Engelse trainer Fred Pagnam deze voetbalformatie naar voetbalclub DWV. In Engeland was dit systeem, dat ontwikkeld was door Herbert Chapman, trainer van Arsenal, op dat moment veel gebruikt. Aangezien Fred toch in de buurt was maakten de Volewijckers er van 1937 tot 1939 dankbaar gebruik van door hem voor 1 avond in de week in te huren. Jaap van der Leck – de trainer van de Volewijckers in die tijd – was een grote fan van het nieuwe systeem en verdedigde het met verve tegen tegenstanders. Want zoals elke strategie kende ook deze de nodige opposanten.

Wat zijn voetbalformaties?

In voetbal geeft de formatie aan hoe de spelers over het veld zijn verdeeld. Het geeft in grote lijnen ook een indicatie over of het team meer aanvallend of meer verdedigend speelt. Door de formatie bij naam te noemen is het voor iedereen (trainers, spelers enzovoort) duidelijk wat de strategie is en wat ieders rol is in het spel. Overigens staat de formatie niet vast: een team kan verschillende formaties gebruiken zowel in verschillende spellen als gedurende één spel. Factoren die de keuze beïnvloeden zijn bijvoorbeeld de tegenstander, de fitheid en beschikbaarheid van spelers in het team en het doel van het spel. Als het doel is zo veel mogelijk doelpunten te scoren dan zal een meer aanvallend systeem gekozen worden, als daarentegen de positie van het team in de ranglijst zodanig is dat het een gelijkspel voldoende is, zal een meer verdedigend systeem de voorkeur hebben.

Voetbalformaties worden gewoonlijk in een reeks cijfers uitgedrukt, waarbij elk cijfer het aantal spelers van een bepaalde rol uitdrukt. Het eerste cijfer in de reeks is normaal gesproken het aantal verdedigers, het tweede cijfer het aantal middenvelders, en het laatste cijfer het aantal aanvallers.

Populaire formaties zijn door de jaren heen aanzienlijk veranderd. In het begin van voetbal (en we hebben het hier over de tweede helft van de 19e eeuw, toen voetbal nog maar net in opkomst kwam) werd er weleens met 1-1-8 gespeeld: dat betekent dus maar 1 verdediger, 1 middenvelder en maar liefst 8 aanvallers! Het meest populaire systeem totdat het stopperspilsysteem werd ontwikkeld was de zogenaamde piramide: 2-3-5. In het hedendaagse voetbal is 4-4-2 of 4-3-3 het meest gebruikelijk.

Het principe van het stopperspilsysteem

Dit systeem dat in de jaren 40, 50 en 60 van de twintigste eeuw erg populair was, gebruikt een formatie van 3-2-5. De centrale middenvelder (‘spil’) werd naar achteren gezet en geflankeerd door 2 fullbacks. De 2 middenvelders werden ‘kanthalfs’ genoemd en de rechts- en linksbinnen die normaal gesproken puur aanvallend waren, speelden iets teruggetrokken waardoor je het ook als 3-2-2-3 zou kunnen beschrijven. De hoofdtaak van de spil in de verdedigingslinie was om de midvoor van de tegenpartij uit te schakelen: vandaar de naam stopperspil. Het wordt ook wel het WM-systeem genoemd. De verdedigers samen met het middenveld vormen een W en de aanval met het middenveld vormen een M. In de jaren 50 en 60 had Real Madrid met deze formatie enorm succes. Ze wonnen maar liefst vijf keer op een rij de Europacup I, ze waren 8 keer landskampioen en wonnen in 1960 de wereldbeker.

Een variant van het stopperspilsysteem is 3-2-3-2 (oftewel het WW-systeem). In plaats van een extra spits is hier een extra middenvelder toegevoegd. Dit wordt wel eens de voorloper van de 4-2-4 formatie genoemd

Niet iedereen was een bewonderaar van het stopperspilsysteem. Omdat de focus lag op het verdedigen van de centrumspits van de tegenspeler, vonden tegenstanders het een defensieve strategie die aan de schoonheid van het voetbalspel niet ten goede kwam. Het werd ook wel minderwaardig ‘marionettenvoetbal’ genoemd omdat iedere speler zo duidelijk een eigen taak had toegewezen.