Jeugdopleiding De Volewijckers

Jeugdopleiding

Al vanaf het begin van De Volewijckers was er aandacht voor de jeugd. De arbeidersgezinnen hadden normaal gesproken een groot aantal kinderen, en voetbal werd gezien als een opstap naar een betere positie in de maatschappij. Maar afgezien daarvan was er nadrukkelijk veel aandacht voor het trainen van de jeugd. Het beste is dit verwoord door Frans van der Hilst (in de jaren dertig speler van het eerste elftal van De Volewijckers en later jeugdsecretaris) : “Het belangrijkste is de toevoer van goede spelers naar het seniorenvoetbal. Alleen als dit gestadig is heeft een club levensvatbaarheid”.

Ontwikkeling van de jeugdopleiding bij De Volewijckers

In 1929/1930 had De Volewijckers nog maar 4 jeugdelftallen, bestaande uit zowel junioren (met een leeftijd van 16 to 18) en aspiranten (met een leeftijd van 12 tot 16). In 1930 werd besloten een aparte Jeugdafdeling op te richten. Dit was een groot succes want in 1937-1938 waren er maar liefst 7 aspiranten elftallen en 4 junioren elftallen.
De groei was zodanig dat in 1935 besloten werd een tweede clubgebouw op te zetten, genaamd Buiksloot. Dit werd het onderkomen van de jeugd en zaterdagelftallen. Om nog eerder talent te ontdekken en te trainen werd in 1943 een nog jongere leeftijdscategorie toegevoegd: de welpen. Deze groep was specifiek voor jongens onder de 12 jaar. Overigens had de populariteit van De Volewijckers onder de jeugd wel het gevolg dat niet iedereen automatisch lid kon worden. Er was een strikte selectieprocedure zodat alleen diegenen met aanleg voor het spel aangenomen werden.
Na het winnen van de nationale beker in 1944, groeide de aandacht voor De Volewijckers nog meer, wat resulteert in 1945 tot de grootste en sterkste jeugdafdeling van heel Nederland

Ook na de oorlog bewees de club dat aandacht voor het trainen van jeugd op den lange duur ten goede komt van de prestaties van het eerste elftal. In de begin jaren zestig rees een team van vrienden dat al jaren samenspeelde in de jeugdopleiding, op tot het eerste seniorenteam. Dankzij de vele jaren ervaring met elkaar en het samen trainen, waren zij zodanig op elkaar ingespeeld dat ze in het seizoen van 1961-1962 in de Eredivisie speelden. Helaas konden ze deze voorspoed niet behouden en waren er geen vergelijkbare prestaties in latere jaren.

In de jaren 80 en 90 leverde de jeugdopleiding De Volewijckers nog wel een aantal talenten aan grotere clubs zoals Ajax, waar ze verder getraind werden tot succesvolle prof voetballers. Mario Melchiot bijvoorbeeld begon voetbal training in de jaren tachtig bij de jeugd van De Volewijckers wat resulteerde in een 17-jarig professionele voetbal carrière met zowel landelijk als internationaal succes.

Kweekvijver voor talent

In de decennia na de introductie van het betaald voetbal (1954) werden de belangen voor de clubs steeds groter. De competitie trok aan en tegelijkertijd werden de beloningen voor winnen hoger en hoger. Geen wonder dus dat er meer interesse is in wat een team nou sterk maakte. Afgaande op de grootste clubs in het land (zoals Ajax, Feyenoord, PSV) blijkt wel dat het hebben van een eigen jeugdafdeling een grote rol speelt.
Het belangrijkste voordeel van interne training is dat de spelers een uniforme strategie aanleren. Iedereen kent de regels, weet wat belangrijk is en spreekt dezelfde taal (figuurlijk gezien maar gezien de huidige internationale markt ook letterlijk). Dit betekent dat wanneer de jongeren doorstromen naar het professioneel voetbal binnen dezelfde club, ze zich onmiddellijk thuis voelen, wat ten goede komt aan de saamhorigheid van het team.
Zoals alles wat groeit en bloeit moet talent ook gecultiveerd worden. Vandaar dat een eigen ‘kweekvijver voor talent’ tegenwoordig onontbeerlijk is voor een moderne voetbalvereniging.